zondag 29 maart 2015

Verhuisperikelen

Voor iemand die een blog bijhoudt over haar aanstaande verhuizing naar een ecologische woongemeenschap schrijf ik wel bar weinig over mijn aanstaande verhuizing naar die ecologische woongemeenschap. Of eigenlijk bar weinig in het algemeen. Maar dat heeft alles te maken met die aanstaande verhuizing naar de ecologische woongemeenschap. En met een gebrek aan energie. Maar ook dat zou best eens te maken kunnen hebben met die aanstaande verhuizing.


Het archief van mijn leven

Een verhuizing is de uitgelezen gelegenheid om eens schoon schip te maken wat betreft spullen. Ik schreef hier al hoe ik terugreisde in de tijd bij het uitzoeken van mijn basisschoolspullen. Daarna volgden schoolspullen van de middelbare school, mijn tekenmappen, studie- en cursusmateriaal, allerhande knipsels, memorabilia van al die linkse en groene clubjes waar ik ooit lid van was, een grote doos met brieven, wat dagboeken, een stapel fotoalbums. Het is allemaal bekeken, herlezen, gefotografeerd, ingescand. En opnieuw doorleefd.

Doos met spullen uit mijn middelbare schooltijd
Ruim een maand leefde ik in het verleden. 's Nachts in mijn dromen was ik weer een jongere versie van mezelf. Maar met resultaat: het archief van mijn leven is teruggedrongen tot een hapklare brok.

Huizen bouwen

Al eerder schreef ik over het bijzondere woonproject waar ik ga wonen. Gisteren kwam een einde aan de ruim acht maanden waarin de toekomstige bewoners intensief meehielpen met de bouw. Het begon allemaal met houten frames opvullen met stro. Daarna volgde een periode van leemstucen. Toen kwam het schilderen van alle gemeenschappelijke ruimtes. Het houtwerk oliën. Zonnepanelen helpen plaatsen. Rietplantjes planten voor het waterzuiveringsfilter.

Ik ben niet zo'n doe-het-zelver en koos steeds voor een andere, minstens zo dankbare taak: eten koken voor de bouwers, in de pipowagen naast het terrein. Gisteren en eergisteren voorlopig voor het laatst. Vandaag heb ik een dagje niksen dan ook wel verdiend. Vind ik.
 
Hout oliën op de laatste klusdag
Mijn woning woonklaar

Vanaf 1 april mogen we in onze eigen woningen klussen. Op 15 april gaat het huurcontract in en krijgen we de sleutel, en op 1 mei vieren we de officiële opening, met bobo's en pers enzo (als ik die tenminste weet te lokken, want ik ben de persmadam).

De keuzemogelijkheden en de logistieke puzzels rond de verhuizing geven kortsluiting in mijn hoofd. Hoe zorg ik als klus-leek en niet-autobezitter en dat ik, wonend in Rotterdam, mijn woning in Nijmegen woonklaar krijg? Hoe krijg ik klusspullen en verf ter plekke? En over verf gesproken: voor welke soort ecologische muurverf kies ik? Met welke voorstrijk? En wat moet er op de plafonds? Welke kleur muurverf past er bij okerkleurige en gele leemstuc? Welke verf is geschikt voor de badkamer? En bij het fornuis? En wat moet ik met de vloeren?

Dan het verhuizen zelf. Hoe kom ik aan een verhuiswagen? Hoe groot moet die zijn? Wie kan chauffeuren? Wie vraag ik om te helpen sjouwen? En waar ga ik de eerste weken of maanden logeren, als ik in Nijmegen woon maar nog in Rotterdam werk?

Ze tollen rond in mijn hoofd, die vragen. Een aantal ervan hebben zich inmiddels opgelost. Op de rest kauw ik verder.

Mijn woning, die ik zelf mocht intekenen. Mijn vriend komt precies naast me te wonen, in zijn eigen eenpersoons woning. Samenwonen light, de nieuwe trend

Openslaande deur naar mijn woonkamer

Zicht op de keuken

Badkamertje

Woonkamer met uitzicht op het groene dak van het gemeenschapsgebouw

Slaapkamer

Keuken en woonkamer
Ik wou dat ik er al woonde...

maandag 16 februari 2015

Woest aantrekkelijk

Ja, en dan denken jullie dat ik me gisteren alleen braaf heb beziggehouden met jeugdsentiment. Nee joh. Ik testte ook wat er van me geworden was als ik niet als meisje maar als jongetje ter wereld gekomen zou zijn.

't Is maar goed dat ik een meisje ben.

(Of eigenlijk hield de fotosessie verband met een grap over woest aantrekkelijke mannen met rode lippenstift, die hun Valentijnspost frankeren met een zoenafdruk).  

zondag 15 februari 2015

Sentimentele opruimklusjes: schoolspullen

Met een knoop in mijn maag begon ik aan de klus. Sentimentele opruimklusjes zijn veruit de moeilijkste. Uit de gangkast sleepte ik de drie dozen met spullen uit mijn verre verleden: een doos 'Lagere school', een doos 'Middelbare school' en de archiefdoos 'Brieven'. Mijn fototoestel pakte ik er ook bij, en de scanner sloot ik aan op mijn laptop. Het doel? Die grote stapel papierwerk reduceren tot een bescheiden selectie herinneringsstukken.


Eerst gingen de driedimensionale knutsels op de foto, en vervolgens de vuilnisbak in:


Mijn moeder bleek zowat al mijn creatieve uitspattingen uit mijn jongste jaren bewaard te hebben. Hier een selectie:


Deze juweeltjes (al zeg ik het zelf) zijn gemaakt in klas 3 en 4:


En toen leerde ik lezen en schrijven. 'Felieft' was toen blijkbaar nog goedgekeurde spelling:


Naast tekeningen zaten er stapels schoolschriften in de doos. De enige die ik besloot te bewaren zijn die van het vak 'Tekst'. Dat hadden we elke maandagochtend, en hield in dat je een tekstje schreef over wat je dat weekend had meegemaakt. Een mooie tekening maakte het geheel af:

 

Eigenlijk een soort dagboek dus. Al kwam ik er al snel achter dat ik (bij gebrek aan spannende weekenden?) ook graag het een en ander uit mijn duim zoog:

 

Ik had sowieso een merkwaardig gevoel voor humor:

 
(Die laatste is een illustratie bij de melding dat iemand een baksteen op mijn voet had laten vallen).

Ik hield van verhaaltjes schrijven. En toen ik mijn eerste woordjes Engels leerde, probeerde ik het daar ook in:


O jee, ik was een actievoerdertje in de dop:


Maar ook wat fatalistisch:


Ik had een eigen tijdschrift, de Luchtballon, waarmee ik ook nog in de plaatselijke krant heb gestaan. Mijn vader vond het niet grappig dat ik de journalist had verteld dat hij de krantjes stiekem op zijn werk voor me kopieerde:

 
 

Verder dan de doos 'Lagere school' ben ik niet gekomen. En die knoop in de maag? Die was verrassend snel weg. Ik heb reuzenlol gehad! In originele vorm bewaar ik nu alleen nog een klein stapeltje memorabilia: mijn rapporten (inclusief het rapport van de muziekschool), twee poesie-albums, negen schriften met verhaaltjes, zeven tekeningen en twee werkstukken (over kloosters en over 'speelgoed van vroeger').


Ik ben benieuwd of jullie je school- en kinderspullen hebben bewaard?

maandag 9 februari 2015

Mijn huis in aanbouw

"Als je straks in het groen woont, tussen leem en stro en hippies
Is weemoedig terugdenken aan Rotterdam niet meer dan logisch"
Twee regels uit een Sinterklaasgedicht voor de manlief. Toen ik vertelde dat ik zocht naar een naam voor mijn blog, riep hij: "Stro, leem en hippies!" En ja, dat vond ik best een aardig idee. We gaan namelijk écht in huizen van stro en leem wonen. Wel zullen we natuurlijk bij hoog en bij laag ontkennen dat we hippies zijn. Maar één van de selectiecriteria voor nieuwe bewoners luidt 'gepaste zelfspot', dus ik durf te geloven dat ik mijn blog zo kan noemen zonder gelyncht te worden door toekomstige buren (lynchpartijen zijn sowieso niet zo peace, love and happiness).

Ecologisch en gemeenschappelijk wonen


Eind april verruilen we onze Rotterdamse betonnen (maar heus wel fijne) bunker voor een ecologische woongemeenschap in het groen. Die woongemeenschap moet nog even afgebouwd worden. Vijf dagen per week werken professionele bouwvakkers zij aan zij met de toekomstig bewoners en vele bouwvrijwilligers aan dit ambitieuze stroleembouwproject vlakbij Nijmegen.

Zo’n 40 volwassenen en 10 kinderen komen er te wonen. Er is plek voor alleenstaanden, stelletjes, woongroepen (waaronder een jongerenwoongroep), gezinnen en eenoudergezinnen, en twee woningen zijn geschikt voor senioren. Ook komen er (flex)werkplekken en een zaal waar activiteiten in kunnen worden georganiseerd. Energie gaan we opwekken met zonnepanelen en we zuiveren ons afvalwater met een groot rietfilter in de permacultuurtuin. Dat water kan dan weer gebruikt worden om de wc’s door te spoelen. Regenwater wordt opgevangen om de wasmachines op te draaien, en het gemeenschappelijke gebouw krijgt een groen dak. In de voko kunnen we tegen inkoopsprijs biologische producten afnemen. Parkeerplekken hebben we bijna niet nodig, omdat slechts enkele huishoudens een auto hebben. 

Meehelpen op de bouwplaats

Iedere bewoner werkt zowel in 2014 als in 2015 minimaal 15 dagen mee op de bouwplaats. Omdat het me niet lukte om enthousiasme voor de dag te leggen om strobalen te sjouwen of leem op de muren te smeren, en omdat ik vanwege een voetafwijking niet op bouwvakkersschoenen kan lopen, wierp ik me steeds op als kok. Niets zo dankbaar als een troep hongerige bouwers van een stevige lunch te voorzien.

Afgelopen weekend was ik weer een weekendje op de bouwplaats om te koken. Het biologische groentepakket bood weer volop afwisseling: groene kool, witte kool, rode kool, bloemkool... Maar de bloemkoolsoep was nog best goed te pruimen, en de gevulde koolrolletjes uit de oven ook.

Rondkijkje

Zaterdagmiddag was er een rondleiding voor geïnteresseerden. Mijn vader broer, tante en nicht kwamen een kijkje nemen, en het was heel leuk om ze trots als een pauw alles te kunnen laten zien. Net als ik jullie nu ook heel trots wat plaatjes ga showen:




Zucht, mooi hè?

vrijdag 6 februari 2015

De clown uithangen

Ik leer voor clown. Niet zo'n grappen-en-grollen-bananeschil-clown, maar een clown die zich richt op dementerenden en verstandelijk gehandicapten. Een clown die mensen die in hun eigen eenzame wereldje verzonken zijn een moment van contact en plezier wil brengen.

Na vier maanden 'droog' oefenen werden we vandaag in het diepe gegooid. We verzamelden eens niet in ons Leidse buurthuis, maar in een verzorgingstehuis in een dorp bij Rotterdam, waar vier van mijn klasgenoten werken.



In duo's of trio's werden we woningen met dementerenden ingeduwd. Mensenkinders wat eng. Ik deed wat vage dingen met een plumeau alsof ik de boel kwam poetsen, en neuriede en zong er wat bij. Ik schuifelde wat achter twee dametjes aan die op en neer door de gang liepen met hun tassen, de een met een reusachtige hondenknuffel er in. Ik zong wat van 'que sera sera'. De begeleiding reed een mevrouw naar ons toe die luid tandenknarsend in een ligrolstoel hing, een knuffelkonijntje stevig in haar rechterhand geklemd. We deden wat jolige en flauwe dingen als een liedje over konijnen en de plumeau die een katje was. Ze volgde nauwkeurig iedere beweging die we maakten, en er leek na een poos een vage lach over haar gezicht te glijden.

En ondertussen stierf ik van binnen de moord.


In de tweede en laatste woning ging het beter. Een woonkamer vol bejaarden keek ons verwachtingsvol aan toen we pompiedommend kwamen binnenstommelen. "Excellent, marvelous, thank you very much!" reageerde een Engelsman met twinkelende oogjes en een brede lach toen we voor hem stilhielden. We maakten een dankbare buiging voor hem. De radio speelde een liedje over 'Mooi Griekenland'. Mijn collega-clown trok een schoteltje onder een koffiekopje vandaan en deed of ze dat naar goed Grieks gebruik kapot wilde gooien. In plaats daarvan gooide ze het voorzichtig naar mij. Ik deed of ik het met een grote boog terug wilde slingeren en keek het echtpaar op de bank aan met een blik van "Zal ik het doen?" Ze knikten samen uitbundig van ja. Maar ach nee, we lieten de boel toch maar heel.

Mijn collega-clown viste een ballon uit haar mand en blies die op. Een gouden greep. Een hele serie ouderen deed enthousiast mee met overgooien. Een mevrouw die heel boos keek hief haar arm om de ballon met een enorme pets terug te meppen. Dat vond ze toch zelf ook wel grappig. Vooral toen ze met de ballon de baret van mijn hoofd mepte. De meneer naast haar bleef zijn ogen stijf dichtknijpen, alsof hij met al die de onzin niks te maken wilde hebben. De dame op de bank klemde de ballon tussen haar armen: "Kom hem maar halen als je hem wilt hebben," zei ze ondeugend.

De kring mensen klapte en zwaaide toen we, wederom pompiedommend, de woning uitstommelden.

maandag 26 januari 2015

Verzorgingsproducten: leve de gulden middenweg

Weg met de Andrélon, de Colgate en de Libresse! Hallo brouwseltjes van baking soda en kokosolie, azijn in het haar en katoenen lappen in de onderbroek! Ik vind het soms leuk om ecofundamentalistje te spelen en te experimenteren met uitersten.


Soms bevalt het prima, maar vaak ga ik naar verloop van tijd weer verlangen naar wat meer comfort en gebruikersgemak. Maar is dat zo erg, vroeg ik me af, toch weer een stapje terugzetten? Een balans vinden die voor zowel jezelf, je portemonnee en het milieu op de lange termijn werkbaar is? In dit blogje een verslag van mijn doorschieten van 'na-mij-de-zondvloed'-producten naar 'groener-dan-groen' en 'cheap-ass'-oplossingen, om tenslotte de gulden middenweg te kiezen. Let wel: wat voor mij de gulden middenweg bleek, hoeft dit voor een ander niet te zijn.

Tandpasta


Het ene uiterste
Reguliere tandpasta's schijnen echt bagger te zijn, boordevol stofjes die gevaarlijk zijn voor het lichaam en voor het milieu. Ik heb op veel tanden en kiezen nauwelijks tot geen tandglazuur meer, en was er dus aan gewend om vaak een zere bek te hebben. Jarenlang gebruikte ik Sensodyne en Proglasur, of andere tandpasta's voor gevoelige tanden, om de overlast een beetje te verminderen.

Het andere uiterste
En toen gingen we op de ecofundamentalistische toer. Ik heb een poosje zelfgemaakte tandpasta gebruikt op basis van baking soda. Soms gebruikte ik pure baking soda, soms maakte ik een pasta van baking soda, keltisch zeezout, kokosolie en een paar drupjes pepermuntolie. Dat voelde best fris en fruitig (en het smaakte gewoonweg goor). Toch bleef ik twijfelen: is het agressieve baking soda wel geschikt voor mijn glazuurloze gebit met inlays? Ik las ook nog over de wonderbaarlijke effecten van oil pulling. Dat hield ik precies drie dagen vol. 

Mijn gulden middenweg
Ik heb al een poos geen last gehad van extreem gevoelige tanden. Inmiddels weet ik hoe ik en mijn gebit moeten samenleven: geen appels en ander zuur fruit eten, sap met een rietje drinken, en geen wijn (of wijn met een rietje, bedenk ik me nu). Ik ben dol op de Tea Tree tandpasta van Dr. Organics, te koop bij De Tuinen. Mijn tanden voelen heel fris en glad na het poetsen. Sinds kort heb ik ook een tube tandpasta van Lavera, omdat ik bij een online biodrogist aan het minimumbestelbedrag moest komen. Ook deze bevalt prima. De pasta’s zijn wat duurder dan Colgate, Aquafresh en gelijksoortige meuk, maar ik heb er nu gewoonte van gemaakt maar een erwtje op mijn borstel te nemen. Zo doe ik eindeloos met een tube. Als de tube leeg lijkt, knip ik hem doormidden en kan ik nog minstens een week vooruit. Ik heb ook nog voor de leuk eens een tandpoedertje gekocht. En ik kreeg toothy tabs van Lush, die ik voor logeerpartijtjes bewaar. Het nadeel van die Lush-tabletten is dat je er onwijze dorst van krijgt, dus ze zijn niet handig om vlak voor het slapengaan te gebruiken. Ik ben trouwens altijd een plastic wegwerptandenborstel blijven gebruiken. Blogster Firma Fluitekruid postte zo'n bar slechte recensie van een houten borstel dat ik daar nooit aan wilde beginnen (o, ze heeft de recensie verwijderd dus ik kan niet linken).

Shampoo en conditioner


Het ene uiterste
Ik kocht mijn shampoo en conditioner altijd gewoon in de supermarkt of bij de drogist. Meestal koos ik voor zo'n paarse fles Andrélon.

Het andere uiterste
Ik heb het heus geprobeerd. No poo, met baking soda en azijn. Werkelijk af-schu-we-lijk! Ook aleppozeep was bij mij geen succes, ik kreeg er een soort stugge, vette helm van. Een blokje van Lush werkte ook niet. Ecover afwasmiddel werkte prima als shampoo, maar ik vermoed dat dat je haar wat meer ontvet dan shampoo.  

Mijn gulden middenweg
Op een dag kwam het tot me: wat deed ik nou helemaal moeilijk? Ik realiseerde me dat ik eigenlijk helemaal geen moeite heb met haar wassen en met shampoo. Sterker nog, ik vind mijn hoofd inzepen met schuimende shampoo héérlijk, en zou voor geen goud no poo door het leven willen gaan. Als ik gewoon voor een ecovariant kies is er toch niks mis met shampoo? Ik kies nu voor een grote, relatief voordelige fles ecoshampoo (950 ml voor 12 euro) waar ik maanden mee doe. Omdat ecologische conditioner zo duur is (en de goedkope varianten zo onprettig) heb ik het nog wel een poosje geprobeerd zonder te doen. Maar de conditioner weglaten bezorgde me droog en knoperig touwhaar. Naspoelen met (appel)azijn hielp ook geen sodemieter. Toen heb ik een poosje mijn haar ingesmeerd met olijf- of kokosolie, dat een uurtje laten intrekken en het vervolgens met shampoo gewassen. Dat voelde na afloop best babybilletjeszacht, maar als vaste gewoonte vind ik het teveel gedoe. Sinds kort gebruik ik dus gewoon weer conditioner, meestal van Lavera. Poepieduur, maar mijn haar voelt zo veel fijner aan. Ik hoop nog wel eens een goedkoper alternatief te vinden (tips zijn welkom!).

Doucheschuim


Het ene uiterste
Vroeger had ik wel eens douchegel in lekkere geurtjes, nu vind ik dat onvoordelig en onnodig.

Het andere uiterste
Zeep is vast geen must, maar voor het complete uiterste (alleen water) ben ik nooit gegaan.

Mijn gulden middenweg
Ik gebruik tegenwoordig altijd een blok zeep. Ik hoef dat nooit of bijna nooit zelf te kopen, want dit is bij uitstek iets om voor mijn verjaardag of met sinterklaas te vragen. En vervolgens doe ik er een eeuwigheid mee, tot de volgende verjaardag of sinterklaas. Op de foto zie je een stuk muffe maar goed-voor-dehuid olijfzeep, een stuk zeep van de Body Shop en wat zeepjes van Lush ('Honey I washed the kids' is nu mijn favoriet).

Deodorant


Het ene uiterste
Ik heb nooit tegen deo's met een geurtje gekund, daar werd ik binnen de kortste keren kotsmisselijk van. Rexona in de zilver-met-paarse fles, die trok ik enigszins. En nog een paar van die foute deo's, vol aluminium en andere zooi. 

Het andere uiterste
Geen deo, dat is het ultieme 'andere uiterste', maar omdat ik het fijn vind enigszins een vriendenkring te behouden vervalt die optie. Dus dan gaan we voor zelfgemaakte deo van kokosolie en baking soda, en eventueel wat maizena en etherische olie. Dat is alles. En ik vind het perfect!

Mijn gulden middenweg
Ik blijf zonder moeite voor de hardcorevariant gaan, al is 'ie in de winter letterlijk wat hard. Ecologische deo's heb ik geprobeerd, maar ook die hadden misselijkmakende geurtjes. Of ze lieten vlekken achter in mijn kleren. In de zelfmaakdeo op de foto zit wat vanille. Ik hou van vanille! (Zegt de vrouw die niet van deo's met geurtjes houdt). Het is nu net of ik een lik cakebeslag onder de oksels wrijf.

Crème


Het ene uiterste
Ik gebruik graag creme voor mijn droge handen en voeten. Een vast merk had ik niet, toen ik nog drogist-shopper was. Ik kocht gewoon wat leuks, wel het liefst dierproefvrij.  

Het andere uiterste
Vorig jaar stapte ik over op de kokosolie. Kokosolie is in de zomer vloeibaar. In de winter is het bikkelhard: zodra je iets op je hand hebt smelt het, maar je moet het wel eerst met een nagel uit het potje bikken. Eenmalig kocht ik een flesje zoete amandelolie omdat blogster Valhalla daar zo lyrisch over schreef. Dat werd een smeerboel, omdat ik steeds morste.  

Mijn gulden middenweg
Een potje kokosolie maakt nog altijd deel uit van mijn standaarduitrusting. Voor de handen en de rest van het lichaam is het prima te doen. Maar het spul maakt mijn voeten niet echt zacht en poezelig. En ik laat van die vette voetstappen achter als ik 's nachts naar de wc loop. Van de sint kreeg ik (op eigen aanvraag) een verzameling luxe crèmepjes van de Body Shop. Na maandenlang alleen kokosolie voelt dat als een ontzettende verwennerij. Het is alleen een beetje zonde van die kleine potjes en tubetjes om er kwistig mee te gaan smeren. Ik heb me daarom laatst toch laten verleiden tot de aankoop van een pot uiercrème die vast en zeker niet ontzettend verantwoord is, maar waar mijn handen en voeten goed van opknappen.

Maandverband


Het ene uiterste
Jarenlang gebruikte ik Libresse of Always. In het begin van mijn studententijd heb ik wat aangeklungeld met flanellen lappen, maar daar was ik snel van genezen. Tampons heb ik nooit gedurfd.

Het andere uiterste
Toen ik nog als Verdubbeldame door het leven ging daagde blogster Sjouke me uit om wasbaar mandverband te proberen. Het verband beviel prima en het verslag van het experiment werd mijn meestgelezen blogartikel. Ik ben eigenlijk nooit naar het 'andere uiterste' doorgeschoten, want ik heb het wasbare maandverband altijd gecombineerd met Libresse&co, voor als ik de deur uitging. Er bestaan meeneemzakjes om onderweg wasbaar verband te wisselen, maar daar heb ik me nooit aan willen wagen. 

Mijn gulden middenweg
Ik heb afgelopen maand voor het eerst ecologisch wegwerpverband gekocht. Dit draag ik buitenshuis, als ik een aantal uur van huis ben of als ik ga fietsen (stoffen verband gaat namelijk zo tussen mijn billen zitten, en het is zo ongepast omdat er publiekelijk uit proberen te trekken). Binnenshuis gebruik ik wasbaar verband. Ik ben een echte huismus, dus je kunt uitrekenen wat ik het meeste gebruik. 

En verder?

Nou, verder gebruik ik eigenlijk vrij weinig verzorgingsproducten. Omdat ik er nog niet als een oma wil bijlopen verf ik mijn haar met Naturtint haarverf. Make-up gebruik ik niet, alleen bij het clownen. Dan gebruik ik de schmink waarmee ik ook op kinderfeestjes schmink. Scrubs, reinigingslotions en dergelijke zijn niet echt aan mij besteed.

Wie heeft er voor mij nog leuke tips? Of andere visies?

zondag 25 januari 2015

Een boek cadeau

"Voor je hobby c.q. dwangneurose," stond er op het kaartje dat aan het geschenktasje bungelde. Blogster de Zinkende Surfer duwde me het pakje in handen toen ze gisteren langskwam om me met mijn eerste btw-aangifte te helpen.

Uit de cadeauverpakking kwam het boek 'Weg met de warboel' van Karen Kingston. Volgens de Zinkende Surfer vakliteratuur voor elke minimalist. Als je het gelezen hebt wil je alleen nog maar opruimen en schoonmaken. Nadat ze het boek zelf een een ruk had uitgelezen kocht ze een stapeltje om uit te delen. Ze geeft er nu ook eentje weg via haar blog.


Inmiddels ben ik halverwege. Ik weet nog niet goed wat ik moet denken van de feng shui-theorieën waar de schrijfster haar verhaal aan ophangt, maar als het me lukt er in te geloven verwacht ik dat mijn opruimwoede in volle hevigheid zal oplaaien.

Het uitgangspunt is dat je huis een afspiegeling van je leven. Dat vind ik wel een heel mooi beeld, en als metafoor zeker herkenbaar. Kingston neemt het erg letterlijk: warboel op bepaalde plekken betekent dat je op een corresponderend gebied in je leven vastzit, en geen ruimte hebt voor vernieuwing. Door de warboel los te laten kan je leven weer gaan stromen en win je aan levenskracht.